woensdag 17 augustus 2011

Kerkstraat 1952 Herinnering

Kermis in de stad.
Holly holly op ’t kerkplein.
Kinderneusjes tegen het bovenraam.
“Wat zou er toch zijn?”

Mensen gingen vallen.
Pardoes naar benee.
“Dood!” dachten de kindjes.
Wat een bizar idee.

De kermis was ten einde
En na zoveel dagen
wilden de kindjes zien
waar de doden lagen.

De kindjes waren stomverbaasd.
Er was niets te bespeuren.
Het bleef een heel groot raadsel.
Er viel niets te treuren.

Na jaren de holly holly in.
Kindjes eindelijk groot.
Het raadsel werd ontsluierd
En iedereen genoot.

Betovering

Dansen in de wei
in een grote kring
als een gesloten ring,
met elfjes zij aan zij.

Het maakt me helemaal blij,
zo’n flitsend elfending
met klokjes klingeling,
vastgebonden op hun dij.

Glimwormpjes om hun nek
voor de betovering.
Het maakt me helemaal gek.

Ik dans nu om de toverboom.
Klingelingelingeling,
Word wakker uit de droom!

herinnering aan strenge winter

Herinnering aan lange strenge winters.

Draafsingel in de winter
bedekt met zeer dun ijs.
En ondanks alle waarschuwingen
waren scholieren eigenwijs.

Ze gingen ‘schossie trappen’.
Hand in hand als een lint.
Van de ene naar de andere kant
en dat moest zeer gezwind.

Want bleef je staan dan was het krak.
Dus moest je keihard vechten
om, over een golvende ijsplaat,
de singel te beslechten.

Het ijs werd dik genoeg.
Door de politie veilig bevonden,
zodat door menig Hoornaar
de ijzers werden ondergebonden.

IJspret van weleer,
Veel mensen, koek en zopie.
Iedereen kon schaatsen
en de baanveger heette Jopie.

Waar is die tijd gebleven.
De politie keurt niet meer.
Natuurijs is een fenomeen
En ook streng winterweer.